Toelating Zorginstellingen

Algemeen

Voordat u een zorginstelling kunt beginnen die zorg aanbiedt en die wordt gefinancierd vanuit de Zorgverzekeringswet of de Wet langdurige zorg, toetst het CIBG uw zorginstelling aan de vereisten die in de wet worden gesteld. Deze vereisten staan in de Wet toelating zorginstellingen. Afhankelijk van de uitkomst van die toets krijgt u toestemming om die zorg te leveren. Dit heet een toelating (of WTZi-toelating).

De Wet toelating zorginstellingen regelt de toelatingen, stelt regels over goed bestuur (‘Good Governance’) en bepaalt daarnaast in welke gevallen winst uitgekeerd mag worden.

Uw organisatie moet een WTZi-toelating aanvragen als uw organisatie:

  1. Zorg levert die valt binnen de Zorgverzekeringswet (Zvw) of de Wet Langdurige Zorg (Wlz), en
  2. tenminste 2 personen namens uw organisatie daadwerkelijke zorg verlenen.

Uw organisatie heeft geen WTZi-toelating nodig als uw organisatie:

  • Wlz of Zvw zorg levert en die zorg wordt betaald vanuit een persoonsgebonden budget;
  • Zorg levert als onderaanneming;
  • Zorg levert die valt onder de verantwoordelijkheid van de gemeente (de zorg die valt onder de Jeugdwet en/of de Wet maatschappelijke ondersteuning)
  • Als u zorg levert als solist of zelfstandige zonder personeel.

Uw aanvraag wordt getoetst aan de transparantie-eisen en beleidsregels. De WTZi stelt eisen aan het bestuur en de bedrijfsvoering van zorginstellingen, zoals het hebben van een onafhankelijk toezichthoudend orgaan en eisen aan de financiële administratie.

 De transparantie-eisen zijn opgenomen in hoofdstuk VI van het Uitvoeringsbesluit WTZi . Lees de toelichting bij het aanvraagformulier voor informatie over de uitwerking van deze eisen.

Het CIBG behandelt de aanvragen voor een toelating zoals aangegeven in de Wet toelating zorginstellingen. Het CIBG is een agentschap van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

We streven naar een snelle afhandeling van uw aanvraag. Houdt er echter rekening mee dat de wettelijke behandeltermijn in beginsel maximaal 8 weken is. Mocht een langere behandeltermijn noodzakelijk zijn, dan zult u hiervan binnen de genoemde 8 weken op de hoogte worden gesteld. Een verlenging van de behandeltermijn is mogelijk tot maximaal 16 weken.

Een aanvraag op grond van de WTZi wordt alleen in behandeling genomen, als de aanvraag op de juiste wijze is ingediend, voorzien van het juiste formulier en van de correcte bijlagen. Als uw aanvraag niet compleet is ontvangt u een verzoek om de ontbrekende informatie aan te leveren. De behandeltermijn wordt dan opgeschort tot de ontvangst van de gevraagde informatie.

Wanneer er iets wijzigt nadat u een toelating heeft ontvangen, dan moet u een formulier ‘aanvraag wijziging toelating’ insturen.

De WTZi bepaalt welke zorginstellingen winst mogen uitkeren. Op dit moment zijn dit:

  • GGZ-instellingen die geen verblijf aanbieden dat wordt vergoed vanuit de Zvw;
  • audiologische centra;
  • trombosediensten.

Instellingen voor:

  • huisartsenzorg;
  • verloskundige zorg;
  • kraamzorg;
  • mondzorg;
  • paramedische zorg;
  • het verstrekken van hulpmiddelen;
  • het verlenen van farmaceutische zorg;
  • ziekenvervoer;
  • de uitleen van verpleegartikelen.

Zolang de zorg niet wordt geleverd in combinatie met Wlz-verblijf in grootschalige woonvoorzieningen, instellingen voor:

  • persoonlijke verzorging;
  • verpleging;
  • begeleiding;
  • Behandeling (anders dan van gedragswetenschappelijke aard in verband met een psychiatrische aandoening);
  • Bovenstaande instellingen in combinatie met wlz-verblijf in kleinschalige woonvoorzieningen.

Toelichting grootschalig of kleinschalig: Een kleinschalige woonvoorziening is een instelling die of een deel daarvan dat:

  • bestaat uit zelfstandige woningen, dat wil zeggen woningen die naast één of meer privévertrekken een eigen voordeur, een eigen keuken, een eigen toilet en een eigen badkamer hebben,
  • aan ten hoogste zes personen huisvesting biedt, en
  • samen met andere in de directe omgeving gelegen zodanige voorzieningen aan niet meer dan 50 personen verblijf biedt.

De WTZi bepaalt dat de volgende zorginstellingen geen winst mogen uitkeren:

  • Instellingen voor medisch specialistische zorg;
  • GGZ-instellingen die ook verblijf aanbieden dat wordt vergoed vanuit de Zvw;
  • Instellingen voor persoonlijke verzorging, verpleging, begeleiding en behandeling die deze zorg leveren met Wlz-verblijf in grootschalige woonvoorzieningen.

Het verbod op winstuitkeringen geldt voor de gehele instelling. Het verbod is ook van toepassing op zorg (of andere activiteiten ) waar winstuitkeringen wel voor zijn toegestaan. Om toch winst te mogen uitkeren moet u die activiteiten scheiden in een aparte rechtspersoon.

Wel of geen toelating nodig

Als toegelaten aangemerkt zijn instellingen voor:

  • huisartsenzorg,
  • verloskundige zorg,
  • kraamzorg,
  • mondzorg,
  • paramedische zorg,
  • het verstrekken van hulpmiddelen,
  • het verlenen van farmaceutische zorg,
  • ziekenvervoer,
  • erfelijkheidadvisering,
  • behandeling van gedragswetenschappelijke aard in verband met een psychiatrische aandoening.

Deze instellingen moeten voldoen aan de transparantie-eisen voor de bedrijfsvoering zoals genoemd in het Uitvoeringsbesluit (artikel 6.2 t/m 6.5)

Daarnaast moeten ondernemingen met meer dan 50 werknemers ook voldoen aan de transparantie-eisen voor de bestuursstructuur (artikel 6.1) en een ondernemingsraad instellen

Voor zorg die wordt betaald uit een persoonsgebonden budget is geen toelating nodig.

Instellingen die WLZ-zorg leveren aan personen met een indicatie voor WLZ-zorg, moeten een toelating op grond van de WTZi hebben. Instellingen die zorg leveren aan personen die geen WLZ-indicatie hebben en die de zorg zelf betalen, hebben geen toelating nodig. In het zeldzame geval dat cliënten wel een WLZ-indicatie hebben, maar de instelling geen beroep doet op WLZ-middelen, dan heeft de instelling geen toelating nodig.

'Particuliere' verpleeghuizen die zelf WLZ-zorg leveren (bijvoorbeeld omdat er cliënten zijn met een indicatie voor verblijf) moeten dus een toelating hebben. 'Particuliere' verpleeghuizen die een hotelfunctie hebben (er zijn geen cliënten met een indicatie voor verblijf) en waar een thuiszorginstelling extramurale WLZ-zorg levert, hebben geen toelating nodig. De thuiszorginstelling die de WLZ-zorg levert wel, tenzij de extramurale zorg wordt gefinancierd uit persoonsgebonden budgetten.

Nee. Om deze zorg vergoed te krijgen via een zorgverzekeraar moet de instelling op zoek gaan naar een zorgverzekeraar in Nederland die bereid is om met de zorginstelling een contract af te sluiten. Het is dan aan deze zorgverzekeraar om na te gaan of de zorginstelling de zorg verleent waarvoor Zvw/WLZ vergoeding gevraagd kan worden.

Nee. De WLZ, de ZVW of de WTZi gelden niet voor de BES-eilanden.

Er is sinds de Staatkundige hervorming van de Nederlandse Antillen voor de BES-eilanden een aparte ziektekostenverzekering in het leven geroepen. Dit is de zorgverzekering BES. Deze verzekering is op 1 januari 2011 in werking getreden.

Een instelling die zorg wil leveren op de BES-eilanden kan contact opnemen met het op Bonaire gevestigde Zorgverzekeringskantoor (ZVK) BES, dat de zorgverzekering Bes uitvoert. Het Hoofd ZVK is gemachtigd om namens de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de benodigde zorg voor inwoners van de BES-eilanden te contracteren.

Aanvraag

Onderstaand schema maakt duidelijk dat er drie categorieën transparantie-eisen zijn:

  • eisen aan de bestuursstructuur;
  • eisen aan het enquêterecht (die vallen onder de eisen van de bestuursstructuur);
  • eisen aan de bedrijfsvoering.

Transparantie-eisen instellingen categorieën 1 en 16-21

50 of meer werknemers Minder dan 50 werknemers
Ja Ja Ja
Enqueterecht ja, i.g.v. stichting of vereniging Nee
Bedrijfsvoering Ja Ja

Transparantie-eisen instellingen overige categorieën

50 of meer werknemers Minder dan 50 werknemers
Ja Ja Nee
Enqueterecht ja, i.g.v. stichting of vereniging Nee
Bedrijfsvoering Ja Ja

Militaire instellingen zijn uitgezonderd van alle transparantie-eisen. Academische ziekenhuizen hoeven op grond van de WTZi alleen te voldoen aan de eisen aan de bedrijfsvoering. Eisen over hun bestuursstructuur zijn namelijk opgenomen in de Wet op het Hoger onderwijs en het Wetenschappelijk onderzoek.

Voor alle overige instellingen geldt bovenstaand schema als uitgangspunt om te kijken of er voldaan moet worden aan voornoemde transparantie-eisen. In artikel 1.2 van het Uitvoeringsbesluit WTZi kunt u nagaan tot welke categorie uw instelling behoort.

Wilt u een nieuwe toelating aanvragen en bent u een BV met één aandeelhouder? Om de onafhankelijkheid van het toezichthoudend orgaan te borgen, (bij B.V.’s met slechts één aandeelhouder die ook enig bestuurder is), wordt nu een aantal eisen gesteld aan de positie van de leden van dat toezichthoudend orgaan.

Deze eisen betreffen de samenstelling van het toezichthoudend orgaan en zien er op dat de leden niet tegelijkertijd ook zijn:

  • bestuurder van een rechtspersoon, waar de zorgaanbieder op organisatorische wijze mee is verbonden;
  • toezichthouder van een rechtspersoon, waar de zorgaanbieder op organisatorische wijze mee is verbonden;
  • in dienst als werknemer voor de zorgaanbieder;
  • werkzaam als opdrachtnemer voor zorgaanbieder;
  • partij in een overeenkomst met de zorgaanbieder, anders dan de benoeming tot lid van het toezichthoudend orgaan;
  • begunstigde door een overeenkomst met de zorgaanbieder.

U moet aangeven op welke wijze u aan deze eisen voldoet c.q. hebt voldaan. Een van de manieren waarop u dit kunt aantonen is het ondertekenen van een verklaring (PDF | 66kb).

Dat kan onder voorwaarden. De WTZi verplicht niet tot bepaalde rechtsvormen en verbiedt geen rechtsvormen. Wel is van belang dat uitsluitend instellingen in aangewezen categorieën een winstoogmerk mogen voeren. Ook categorieën van instellingen die geen winstoogmerk mogen voeren, kunnen een BV-vorm kiezen. In zulke gevallen moet echter uit de statuten voldoende blijken dat de instelling niet het doel heeft om winstuitkeringen te doen aan de aandeelhouders. Tevens is van belang dat bij het aanvragen van een toelating alle aandeelhouders verklaren dat zij afzien van een winst- of dividenduitkering, voor zover en zolang het winstoogmerk op grond van de WTZi voor de betreffende instelling verboden is. Onder die voorwaarden is er geen bezwaar om ook BV’s een toelating te verlenen.

Definitie kleinschalige woonvoorzieningen

Met kleinschalige woonvoorzieningen worden bedoeld: instellingen of delen daarvan waar de desbetreffende zorg wordt verleend aan:

1. uitsluitend aan personen in verband met een psychiatrische aandoening, gepaard gaande met een beschermende woonomgeving, en

  • die bestaan uit zelfstandige woningen, dat wil zeggen woningen die naast één of meer privé-vertrekken een eigen voordeur, een eigen keuken, een eigen toilet en een eigen badkamer hebben,
  • die een beperkte omvang hebben, dat wil zeggen dat zij huisvesting bieden aan ten hoogste 8 personen,
  • die samen met andere in de directe omgeving gelegen zodanige woonvoorzieningen aan niet meer dan 35 personen huisvesting bieden;

2. aan een of meer van de doelgroepen somatische aandoening of beperking; psychogeriatrische aandoening of beperking; verstandelijke handicap; lichamelijke handicap; zintuigelijke handicap, al dan niet in combinatie met de onder 1 genoemde doelgroep, en

  • die bestaan uit zelfstandige woningen, dat wil zeggen woningen die naast één of meer privé-vertrekken een eigen voordeur, een eigen keuken, een eigen toilet en een eigen badkamer hebben,
  • die een beperkte omvang hebben, dat wil zeggen dat zij huisvesting bieden aan ten hoogste zes personen,
  • die samen met andere in de directe omgeving gelegen zodanige voorzieningen aan niet meer dan 50 personen (waarvan maximaal 24 plaatsen met behandeling) bieden.

Capaciteitswijziging voor kleinschalige woonvoorzieningen
In de nieuwe beleidsregels WTZi (Staatscourant 2009, nr. 14401, beleidsregel 2.1 punt 2) staat onder meer dat een wijziging van een toelating in verband met wijziging van de capaciteit voor verblijf voor kleinschalige woonvoorzieningen slechts twee maal per jaar kan plaatsvinden. Dit betekent dat een derde aanvraag in datzelfde jaar wordt afgewezen. Ook kunnen capaciteitswijzigingen niet langer ingaan in het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag daartoe is ingediend. Aanvragen voor een wijziging van de capaciteit voor verblijf van kleinschalige woonvoorzieningen met een ingangsdatum gelegen in het volgende jaar worden gehonoreerd, maar tellen als aanvraag in het jaar waarin de aanvraag is ingediend. Deze regeling (PDF | 60kb) geldt zowel voor wijzigingen van de capaciteit als van de huisvesting.

Bouwregime

Sinds 1 januari 2008 geldt het bouwregime al niet meer voor ziekenhuizen.

VWS heeft de VGN (gehandicaptenzorg), ActiZ (verpleging en verzorging en thuiszorg) en GGZ Nederland hierover een brief gestuurd met een notitie over het afschaffen van het bouwregime. Meer informatie over deze brief vindt u op de website van het ministerie van VWS

Het schrappen van Hoofdstuk V Bouw. Daarmee vervallen de artikelen in de Wet toelating zorginstellingen die handelen over bouw (prioriteitstelling, opstellen prestatie-eiser door CBZ, vergunningverlening door CBZ en eindafrekening) ( artikelen 6 (deels), 7, 8 en 10 tot er met 12). De overige artikelen van het Uitvoeringsbesluit WTZi blijven wel van kracht, net als artikel 5 van de WTZi. Overigens zal met het inwerking treden van nieuwe patiëntenwetgeving (Wet cliëntenrechten zorg) te zijner tijd de WTZi vervallen.

Het afschaffen van het bouwregime houdt -vrij vertaald – in dat instellingen die zorg (willen gaan) verlenen en daarvoor bouwactiviteit plegen altijd een toelating ex artikel 5 van de WTZi moeten bezitten. Bestaande instellingen moeten een verzoek om wijziging van de toelating (toelating zonder bouw) indienen als zij:

  • na 1 januari 2009 extra capaciteit willen realiseren;
  • capaciteit reduceren in het kader van een instandhoudingproject.

Met deze wijziging van het Uitvoeringsbesluit WTZi vervalt het bouwregime in de “care” (psychiatrische ziekenhuizen en AWBZ-instellingen) per 1 januari 2009. Daarnaast bevat deze wijziging van het Uitvoeringsbesluit WTZI een aantal aanpassingen per 1 januari 2009 naar aanleiding van wijzigingen in het Besluit zorgaanspraken AWBZ en het overhevelen naar de gemeenten van de verantwoordelijkheid voor het geven van prenatale zorg.

Verder wordt met de wijziging van het Uitvoeringsbesluit WTZi duidelijker vastgelegd dat AWBZ-instellingen die extramurale zorg verlenen, geen winstoogmerk mogen hebben, als zij daarnaast dezelfde soort zorg in combinatie met verblijf verlenen. Instellingen die beide vormen aanbieden, en de extramurale zorg wel met winstoogmerk willen uitvoeren, zullen die activiteiten in twee rechtspersonen moeten onderbrengen.

Voor meer informatie zie: wijziging Uitvoeringsbesluit WTZi (16 december 2008)

Klachten en bezwaar

Als u in een toelatingsbeschikking een fout constateert dan kunt u ons verzoeken de beschikking te corrigeren. Neem daarvoor contact met ons op.

Neem contact op met Toelatingen Zorginstellingen of vul het klachtenformulier in.